From the lab
Wat zegt consistentie over geloofwaardigheid?
Tijdens het proces tegen Ghislaine Maxwell legden de advocaten van de verdediging veel nadruk op tegenstrijdigheden in de verklaringen van een getuige. Die zouden volgens hen wijzen op onbetrouwbaarheid. Deze strategie laat een diepgewortelde overtuiging zien, in de rechtszaal én daarbuiten: wie zichzelf tegenspreekt, liegt, en wie consistent is, is geloofwaardig.
Een nieuwe preprint van Annelies Vredeveldt, Eva van Rosmalen, Sera Wiechert en Bruno Verschuere neemt die aanname kritisch onder de loep. De auteurs voerden vier meta-analyses uit op basis van 52 studies met samen meer dan 4.300 deelnemers. Ze keken daarbij naar verschillende vormen van consistentie: binnen één verklaring, tussen herhaalde verklaringen, tussen meerdere getuigen en tussen verklaringen en fysiek bewijs.
De resultaten zetten veel gangbare ideeën op losse schroeven. De meeste soorten inconsistenties blijken géén betrouwbare aanwijzing voor bedrog. Leugenaars zijn niet minder consistent dan waarheidsprekers wanneer zij hun verhaal meerdere keren vertellen of wanneer verklaringen van verschillende mensen met elkaar worden vergeleken. Zelfs binnen één enkele verklaring zijn de verschillen klein en fragiel, en vooral terug te voeren op zeldzame, duidelijke tegenstrijdigheden.
Er is wel één belangrijke uitzondering. Tegenstrijdigheden met onafhankelijk fysiek bewijs zijn wel degelijk een sterke aanwijzing voor liegen. Dat effect is vooral groot wanneer dat bewijs pas later in het interview wordt onthuld, en niet meteen aan het begin.
De maatschappelijke relevantie is evident. Politie, advocaten, rechters en journalisten hechten vaak te veel gewicht aan alledaagse inconsistenties. Daardoor lopen zij het risico op ernstige beoordelingsfouten, juist in situaties waarin veel op het spel staat en ander bewijs schaars is. Een beter, wetenschappelijk onderbouwd begrip van wat consistentie wel en niet zegt, kan leiden tot eerlijkere beoordelingen van geloofwaardigheid en beter geïnformeerde beslissingen.
De preprint is hier te lezen: https://osf.io/preprints/psyarxiv/y97xg_v1