Bodycams

In het onderzoeksproject Bodycams, gefinancierd door het Programma Politie & Wetenschap, onderzoeken rechtspsycholoog dr. Annelies Vredeveldt en strafjurist mr. Linda Kesteloo de invloed van bodycams op de bewijsvoering in strafzaken. Daarbij worden zij bijgestaan door onderzoekers Alieke Hildebrandt, Renske van der Steen en Dewi Hollander.

Het gebruik van bodycams (kleine draagbare camera’s) voor politieagenten maakt een opmars in binnen- en buitenland. De voornaamste redenen voor de inzet van bodycams zijn de preventie van ongewenst gedrag door zowel politieagenten als burgers en het vergroten van de transparantie over politieoptreden. Een potentieel neveneffect van de invoering van bodycams zou kunnen zijn dat het de volledigheid en accuratesse van processen-verbaal over bijgewoonde incidenten beïnvloedt.

foto door Isabelle Hattink

Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de invloed van bodycams, gedragen door politieagenten, op de bewijsvoering in strafzaken. Dit doel wordt gevat in de onderstaande hoofdvraag, die uiteenvalt in drie empirische deelvragen en één juridische deelvraag.

 Hoofdvraag

Wat is de invloed van bodycams op de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen en wat zijn daarvan de consequenties voor de bewijsvoering in strafzaken?

Deelvragen

  1. Wat is de invloed van het bekijken van bodycambeelden vóór het schrijven van het proces-verbaal van bevindingen op de volledigheid en accuratesse van de informatie daarin?
  2. Speelt het perspectief van de agent (bodycamdrager of gefilmde) een rol in de invloed van het bekijken van bodycambeelden op de inhoud van het proces-verbaal?
  3. Op welke manier passen agenten hun originele proces-verbaal van bevindingen aan nadat zij bodycambeelden hebben bekeken?
  4. Welke rol kunnen bodycambeelden spelen in de bewijsvoering in strafzaken?

Resultaten

Uit de kwantitatieve, kwalitatieve en juridische analyse zijn de volgende belangrijkste bevindingen naar voren gekomen:

De processen-verbaal die werden aangepast na het bekijken van de bodycambeelden waren accurater en bleken meer informatie te bevatten dan de originele processen-verbaal (opgesteld vóór het bekijken van de beelden). Onverwacht zijn echter geen verschillen gevonden in accuraatheid en volledigheid tussen de groep die voor het schrijven van het proces-verbaal de bodycambeelden bekeek en de groep die dat erna deed. Mogelijke verklaringen daarvoor kunnen worden gevonden in het korte tijdsbestek tussen het incident en het schrijven, en/of in het optreden van zowel een toename als een afname in volledigheid vanwege de tegengestelde effecten van respectievelijk retrieval cues en retrieval-induced forgetting.

Uit de rechtspraakanalyse bleek dat bij de afdoening van strafzaken nog weinig gebruik wordt gemaakt van bodycambeelden. Toch zouden bodycambeelden een waardevolle rol kunnen spelen, bijvoorbeeld bij de beantwoording van de vraag of de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van politieagenten of bij het controleren van de inhoud van een proces-verbaal. Daarbij dienen wel de eventuele aanpassingen door het bekijken van de bodycambeelden expliciet te worden vermeld, zodat de bron van de informatie altijd duidelijk is.

Naar aanleiding van dit onderzoek zijn de volgende praktische aanbevelingen opgesteld voor de politiepraktijk:

  1. Eerst proces-verbaal opstellen, daarna beelden bekijken en aanpassen
  2. Precies vastleggen wat is veranderd, toegevoegd of verwijderd
  3. Indien mogelijk verwijzen naar het bijbehorende tijdstip op de beelden

Als deze praktische aanbevelingen opgevolgd worden, zal dit zowel de waarheidsvinding als de bewijsvoering in strafzaken ten goede komen.

Het volledige rapport is hier beschikbaar op de website van Politie & Wetenschap.