Bodycams

In het onderzoeksproject Bodycams, gefinancierd door het Programma Politie & Wetenschap, onderzoeken rechtspsycholoog dr. Annelies Vredeveldt en strafjurist mr. Linda Kesteloo de invloed van bodycams op de bewijsvoering in strafzaken.

Het gebruik van bodycams (kleine draagbare camera’s) voor politieagenten maakt een opmars in binnen- en buitenland. De voornaamste redenen voor de inzet van bodycams zijn de preventie van ongewenst gedrag door zowel politieagenten als burgers en het vergroten van de transparantie over politieoptreden. Een potentieel neveneffect van de invoering van bodycams zou kunnen zijn dat het de volledigheid en accuratesse van processen-verbaal over bijgewoonde incidenten beïnvloedt.

Het doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de invloed van bodycams, gedragen door politieagenten, op de bewijsvoering in strafzaken. Dit doel wordt gevat in de onderstaande hoofdvraag, die uiteenvalt in drie empirische deelvragen en één juridische deelvraag.

 Hoofdvraag

Wat is de invloed van bodycams op de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen en wat zijn daarvan de consequenties voor de bewijsvoering in strafzaken?

Deelvragen

  1. Wat is de invloed van het bekijken van bodycambeelden vóór het schrijven van het proces-verbaal van bevindingen op de volledigheid en accuratesse van de informatie daarin?
  2. Speelt het perspectief van de agent (bodycamdrager of gefilmde) een rol in de invloed van het bekijken van bodycambeelden op de inhoud van het proces-verbaal?
  3. Op welke manier passen agenten hun originele proces-verbaal van bevindingen aan nadat zij bodycambeelden hebben bekeken?
  4. Welke rol kunnen bodycambeelden spelen in de bewijsvoering in strafzaken?